
Om naar een station te komen is voor- en natransport nodig, bijvoorbeeld de tram, bus of metro, maar ook fiets en auto. Om het invloedsgebied van de Stedenbaan stations te vergroten is een van de speerpunten de verbetering van het voor- en natransport (de zogenaamde ketenmobiliteit) op het gebied van fiets, openbaar vervoer en met de auto. In 2007 is ervoor gekozen om, in samenwerking met onder andere NS en ProRail, een slag te slaan op het gebied van fiets- en autoparkeren.
Na een eerste analyse, waarin het belang van ketenmobiliteit nader bekeken is, hebben de verantwoordelijke partijen aanbevelingen gekregen om dit ketenvervoer te verbeteren als aanvulling op al lopende initiatieven.
Dit was het startpunt voor het Ambitiedocument Ketenmobiliteit. Samen met de verantwoordelijke partijen is het programmabureau nagegaan of oplossingen voor handen zijn in reeds lopende programma's. Daar waar dit niet het geval was, zijn er nieuwe oplossingen ontwikkeld.
Op korte termijn worden de tekorten op het gebied van fietsparkeren en P+R voorzieningen opgelost: er komen dus meer fietsklemmen en P+R plekken daar waar er behoefte aan is. Vervolgens wordt er een ambitie geformuleerd voor de lange termijn. Hierbij is pro-actief te handelen het devies: niet meer het wegwerken van tekorten, maar het voorkomen ervan is de doelstelling.
Alle partijen willen zoveel mogelijk nieuwe reizigers begroeten op de Stedenbaan stations. Dit betekent een groeiende behoefte aan ketenvoorzieningen, zoals fiets en P+R plekken en daarbij hoort een aanzienlijke ambitie om dit te bereiken. Het Ambitiedocument Ketenmobiliteit, vastgesteld in oktober 2007 is het resultaat van deze samenwerking.
De nadere overeenkomsten Ketenmobiliteit - Fiets en Ketenmobiliteit P+R, getekend in december 2007 borduren hierop voort. Een volgende slag voor ketenmobiliteit wordt dit jaar geslagen: er komen aanvullende afspraken op de nadere overeenkomsten van december 2007 met daarin de ambities voor de periode 2010-2020 en er worden nieuwe overeenkomsten gesloten met NS en ProRail die ook voor ketenmobiliteit van belang zijn: Informatievoorziening (reisinformatie) en Kwaliteit stations, stationsomgeving en overstappunten.

