Naar een beter treinproduct

De Zuidvleugel is een gebied van ongeveer 60 bij 30 kilometer. Er wonen ruim 3 miljoen mensen en werken ruim 1,5 miljoen mensen. Om te zorgen dat dit gebied in de toekomst, als de mobiliteit groeit, ook bereikbaar blijft én om interactie tussen de verschillende functies (wonen, werken en recreëren)  in de Zuidvleugel mogelijk te maken, zijn meer transportfaciliteiten nodig. Het wegennet zit op vele plaatsen al aan zijn maximale capaciteit, getuige de dagelijkse files. Daarom is er naar een antwoord gezocht in een combinatie van het bovenregionale en regionale openbaar vervoersnetwerk. De ontwikkeling van het openbaar vervoernetwerk is niet gelijk opgegaan met de stedelijke ontwikkeling: er is een inhaalslag nodig. De kwaliteit van het treinproduct in de Zuidvleugel moet verbeterd en beter benut worden, zodat de trein een aantrekkelijk alternatief wordt voor de auto. Samen met een aantal andere openbaar vervoerslijnen, zoals RandstadRail, de Rijngouwelijn en de Merwede-Linge lijn ontstaat een hoogwaardig net van openbaar vervoer voor de Zuidvleugel.

 

Om een betere balans tussen het weg- en railverkeer te verkrijgen, zal er op de schaal van de Zuidvleugel een concurrerende reistijd moeten worden gerealiseerd. Zo wordt het voor forensen, die bijvoorbeeld wonen in Delft en werken in Dordrecht-Zuid, interessant om de auto te laten staan. Dit betekent dat Stedenbaan zich in de afspraken met de NS wellicht in de toekomst niet alleen kan beperken tot de Sprinters (stoptreinen). Immers, een goede aansluiting op andere treinproducten als sneltreinen en intercity's is een ook een voorwaarde om de reistijd te bekorten. Vooralsnog zijn de speerpunten van de uitvoeringsovereenkomst Stedenbaan gericht op kwaliteitsverbetering en regelmatige 6x per uur dienst van de Sprinters.

 

De kwaliteit van het treinproduct wordt echter niet alleen beïnvloed door een verhoogde frequentie, maar ook door verbeteringen in de ketenmobiliteit, kwalitatief hoogwaardige treinen (met een lage instap, informatievoorziening aan boord), laagdrempelige overstappunten, goede informatievoorziening en kwalitatief hoogwaardige en sociaal veilige stationsgebieden. Al deze punten hebben de aandacht van het programmabureau en worden met alle partijen steeds verder en conreter uitgewerkt. Het nieuwe Sprintermaterieel van NS, waarvan op de foto een voorbeeld, wordt vanaf 2009 ingezet op de Stedenbaan.